Regel 20 Opnemen, droppen en plaatsen; spelen van verkeerde plaats
20-2. Droppen en opnieuw droppen
a. Door wie en hoe
Een volgens de Regels te droppen bal moet door de speler zelf worden gedropt. Hij moet rechtop staan, de bal op schouderhoogte met gestrekte arm vasthouden en laten vallen. Indien een bal wordt gedropt door een ander of op een andere manier en de fout wordt niet hersteld dan krijgt de speler één strafslag.
c. Wanneer opnieuw droppen
Een bal moet opnieuw worden gedropt, zonder straf, als de bal:
(i) in een hindernis rolt en daar tot stilstand komt;
(ii) uit een hindernis rolt en daar tot stilstand komt;
(iii) op een green rolt en daar tot stilstand komt;
(iv) buiten de baan rolt en daar tot stilstand komt;
(v) in een ligplaats rolt en tot stilstand komt waar sprake is van de belemmering waarvoor hij werd opgenomen of terugrolt in de pitchmark waaruit hij was opgenomen.
(vi) meer dan twee stoklengten wegrolt en tot stilstand komt van het punt waar hij het eerst een deel van de baan raakte;
Indien de bal, wanneer hij opnieuw wordt gedropt, in een van de bovengenoemde ligplaatsen rolt moet hij worden geplaatst, zo dicht mogelijk bij de plek waar hij het eerst een deel van de baan raakte bij het opnieuw droppen.
20-7. Spelen van verkeerde plaats
Straf Matchplay: Indien een speler een slag doet van een verkeerde plaats, verliest hij de hole.
Straf Strokeplay: Indien een competitor een slag doet van een verkeerde plaats, krijgt hij twee strafslagen. Hij moet de hole uitspelen met de bal die van de verkeerde plaats werd gespeeld zonder zijn fout te herstellen.
Uitzondering bij Strokeplay: als de verkeerde plaats veel dichter bij de hole is dan de juiste plaats. Dan volgt diskwalificatie.