
Navigeer met de blauwe buttons onderin door de cursus. Aan het eind van de cursus wordt aangegeven of u op examenniveau bent. U krijgt dan een uitvoerig verslag met alle goede en foute antwoorden.
Bent u voor alle cursussen geslaagd? Begin dan aan de proefexamens.
Regel 28 onspeelbare bal
De speler mag zijn bal overal op de baan onspeelbaar verklaren, behalve als de bal in een waterhindernis is. De speler beslist zelf of zijn bal onspeelbaar is.Indien de speler vindt dat zijn bal onspeelbaar is, moet hij met één strafslag:
a. een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld; of
b. een bal droppen achter het punt waar de bal lag, waarbij hij dit punt op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter dit punt mag worden gedropt; of
c. een bal droppen binnen twee stoklengten van de plek waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole.
Indien de onspeelbare bal in een bunker ligt moet een bal in de bunker worden gedropt.
Wanneer de speler handelt volgens deze Regel mag hij de bal opnemen en schoonmaken of de bal vervangen